1. in het mobiliteitsplan en het nieuwe parkeerbeleid als uitgangspunt op te nemen dat ieder huishouden in de mobiliteitsmilieus A+ en A met recht op een eerste bewonersparkeervergunning die auto kan parkeren op ten hoogste 300 meter looproute van de woning, op straat, in een parkeergarage of op een bewonersdek;
2. straatparkeerplaatsen (het maaiveld-parkeren) in de binnenstad pas op te heffen of te verplaatsen als vooraf is aangetoond dat aan dit uitgangspunt wordt voldaan;
3. bij het mobiliteitsplan een kaart en parkeerbalans aan de raad voor te leggen waaruit per straat blijkt hoe dit uitgangspunt wordt ingevuld;